Sloopwerf Olsene // Vlaio Circulaire Ketens 2025-2026

Sloopwerf Olsene // Vlaio Circulaire Ketens 2025-2026


Binnen het VLAIO-project Circulaire Ketensamenwerking: van sloophout tot constructiehout onderzochten we hoe hout uit sloopwerven opnieuw ingezet kan worden als bruikbaar constructiemateriaal. Op een scoutswerf in Olsene volgden we, Trovo en sloper Lippens NV, in juni 2025 de afbraak van een gebouw met houten dakconstructies en wandelementen. Het doel was niet om een ideaal circulair verhaal te schrijven, maar om in de praktijk te testen wat wel en niet haalbaar is wanneer je materialen selectief probeert te ontmantelen in plaats van ze meteen af te voeren als sloopafval.

Tijdens de eerste werfbezoeken werd duidelijk dat een groot deel van het hout nog in degelijke staat was. Vooral de houten wandelementen en de dakspanten boden potentieel voor recuperatie. Maar tegelijk kwamen ook de beperkingen snel naar boven. Veel onderdelen waren niet ontworpen om ooit terug uit elkaar gehaald te worden. Wandelementen zaten vast met nagels langs beide zijden, waren verbonden met multiplexplaten en op sommige plaatsen ook met spouwankers. Bij de dakspanten vormden vooral de metalen spijkerplaten een probleem: ze zaten zo hard vast dat het verwijderen ervan vaak meer schade of werk zou veroorzaken dan het opleverde. Uiteindelijk werd beslist om de uiteinden van bepaalde balken beperkt af te zagen met een kettingzaag, zodat de rest van het hout bruikbaar kon blijven. Daarbij werd ook rekening gehouden met de minimale bruikbare lengte voor hergebruik als constructiehout, die rond de drie meter ligt. Kortere stukken verliezen snel hun toepasbaarheid en economische waarde.

Ook de manier van afbreken vroeg voortdurend bijsturing. Er werd getest hoe de dakconstructie het best losgemaakt kon worden: volledig van bovenaf met de kraan, of eerder gefaseerd in de lengte van het gebouw. Sommige spanten konden uiteindelijk bijna volledig intact uitgenomen worden nadat ze eerst op strategische plaatsen werden losgezaagd. De beschikbare ruimte op de werf bleek daarbij onverwacht belangrijk. Omdat de elementen tijdelijk naast het gebouw gelegd konden worden, was er tijd om ze ter plaatse verder te demonteren en sorteren. Bij de wandelementen werd dan weer gekozen om ze eerst in hun geheel uit de constructie te trekken, samen met de houten platen, om ze pas daarna op de grond verder uit elkaar te halen. Dat beperkte de schade aanzienlijk en zorgde ervoor dat veel latten hun volledige lengte behielden.


Wat tijdens de werf sterk opviel, was hoe belangrijk de communicatie met de kraanman bleek. Ondanks het werken met een grote machine, had hij het beste overzicht op de werf en kon hij bijzonder nauwkeurig werken. Kleine aanpassingen in de manier waarop elementen werden losgemaakt of neergelegd maakten vaak het verschil tussen beschadigd hout en bruikbaar materiaal. Vanuit die ervaring groeide ook het besef dat circulair slopen niet alleen afhangt van technische oplossingen, maar vooral van continue afstemming tussen de mensen op de werf, waarvan vooral met de kraanpersoon.

 

Na de afbraak werd het gerecupereerde hout verder opgevolgd bij maatwerkbedrijf Labeur. Daar werd het lot verder ontnageld en nauwkeuriger getrieerd. Ook dat bleek een belangrijke stap in het proces: pas na die bijkomende verwerking werd duidelijk welke stukken effectief opnieuw inzetbaar waren als constructiemateriaal. Tegelijk maakten de gesprekken met de sloper duidelijk hoe sterk economische logica vandaag bepaalt wat wel of niet gerecupereerd wordt. Afbraakwerken staan onder zware prijsdruk, en extra handelingen zijn moeilijk haalbaar als vooraf niet duidelijk is wat de opbrengst of meerwaarde kan zijn. Net daarom kwamen uit deze testcase ook praktische voorstellen naar voren, zoals sneller een eerste inschatting kunnen maken op basis van foto’s, afmetingen en volumes, zodat aannemers beter kunnen beoordelen hoe ver selectieve ontmanteling haalbaar is binnen een project. Deze testcase toont daarom niet dat circulair slopen altijd eenvoudig of economisch perfect is, maar wel dat hergebruik realistischer wordt zodra het van bij de afbraak mee opgenomen wordt in de manier van werken én dat we niet enkel naar de praktijk moeten kijken, maar in de praktijk moeten zitten, om hergebruik in bouwconstructies mogelijk te maken.


Een eerste afzetmarkt werd vervolgens meteen gevonden, waarbij er opnieuw regelwerk werd gemaakt voor een nieuw bouwproject. Deze werd ingevuld met recuperatie rostwol isolatie.

* Dit project situeert zich binnen het 'Vlaio project Circulaire Ketens 2025-2026'

Foto's genomen door Laure Machtelinckx

Terug naar blog

Reactie plaatsen

Let op: opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.